Wouter Beke: “Waar een wij is, is een weg”

Wouter Beke wil voor de CD&V een nieuw verhaal schrijven dat draait rond de slogan waar een wij is, is een weg. De boodschap dat het collectief voorrang moet krijgen op het individu, wil hij samen met iedereen in zijn partij zo sterk mogelijk uitdragen.

Voor wie erover nadenkt is dat niet onlogisch, want zijn partij is altijd die van de synthese geweest. Het verzoenende, het vanuit verschillende hoeken tegen het licht houden van een probleem, het vermogen om niet in zwart-witverhoudingen te denken en om te beseffen dat elk individu kansen verdient, zit ook in zijn eigen DNA.




Na het verschijnen van zijn boeken ‘Sterke Verhalen, Sterke Leiders’ en ‘RAAK!’ deed Raf Stevens vele interviews met leiders. Alle verhalen staan op www.rafstevens.be en op de blog www.watisjouwverhaal.be.

Meer info


“Ik heb dat als zoon van een huisarts in mijn opvoeding meegekregen”
zegt hij, “en ik heb in de humaniora een heel inspirerende leraar Latijn en Nederlands gehad. De manier waarop ik toen mens geworden ben, is voor mij nog altijd het fundament waarop ik mijn opdrachten als burgemeester van Leopoldsburg en als partijvoorzitter probeer in te vullen. Maar ik besef heel goed dat het belangrijk is om onze “wij-boodschap” op een empathische manier te brengen. Met te wollig taalgebruik bereik je de mensen niet zoals dat zou moeten. En ik steek de hand in eigen boezem: ik heb ook nog altijd te veel de reflex om in mijn communicatie de ratio voorrang te geven op de emotionele accenten, die misschien wat makkelijker zouden aanslaan.”

Geen koele cijferaar

Meteen is de toon gezet van een twee uur durend gesprek twee uur durend gesprek in een zijkamertje van de priorij Corsendonk in Oud-Turnhout tijdens de zogenaamde Ceder-universiteit. “Zolang we onze syntheseboodschap konden brengen via het staatsmanschap van de premier, was dat iets makkelijker dan nu”, zegt hij daarover.  Voor de tweede achtereenvolgende keer levert de vroegere machtspartij echter niet langer de eerste minister in de federale regering en ook op Vlaams niveau is de minister-president niet langer een christendemocraat. Dat betekent dus dat het moeilijker is om de genuanceerde boodschap te brengen, die hij wil brengen. Want hoewel veel mensen beweren dé realiteit in pacht te hebben, wil de CD&V de partij blijven die nuances wil aanbrengen.

Wouter Beke mag dan al de reputatie hebben een koele cijferanalist zijn, hij blijkt ook een bijzonder warm hart te hebben. Alleen kan hij dat, zo beseft hij, niet altijd even gemakkelijk naar buiten brengen. “Elke vogel zingt zoals hij gebekt is”, zegt hij daarover. “En ik ben nu eenmaal iemand die niet gemakkelijk met zijn emoties te koop loopt. Ik ben als de dood dat ik, als ik te emotioneel overkom, de indruk zal wekken een praatjesmaker te zijn die niet echt meent wat hij zegt. Ik weet immers maar al te goed dat dit bijzonder snel wordt doorprikt.

Ik heb altijd gedacht dat feiten en cijfers voor zich spreken en dat daar niet te veel poespas moet worden rond gemaakt. Maar dat is misschien wat naïef, want ik besef steeds beter dat een boodschap niet altijd aanslaat of goed blijft hangen als hij enkel koel en rationeel wordt verteld. Anderzijds weet ik ook wel dat authenticiteit een woord is dat tegenwoordig te pas en te onpas in de mond wordt genomen, maar ik wil me echt niet anders voordoen dan ik ben. Ik steek niet weg dat ik schrik heb dat men dan al snel tot de conclusie zal komen dat ik maar wat verkooppraatjes vertel.” Hij heeft er samen met zijn team dan ook over gewaakt dat het wij-verhaal authentiek is. Het is in co-creatie tot stand gekomen. Maar pas op het einde van het gesprek zal hij ook heel concreet verwijzen naar events zoals Gheelomania en Buitenbeenpop om concreet te illustreren hoe ver “waar een wij is, is een weg” kan reiken en hoe warm het eigenlijk is. Dat hij een afwachtende houding lijkt aan te nemen om persoonlijke inzichten te delen, tekent Wouter Beke: altijd voorzichtig, altijd beducht voor wat “men” zal denken, voor de verkeerde conclusies die op basis van bepaalde uitspraken kunnen worden getrokken, altijd een slag om de arm.

World book of Happiness

Later in het gesprek geeft hij heel terloops aan dat hij samen met zijn vrouw financieel bijspringt voor een zorginstelling voor gehandicapten. Maar meteen voelen we zijn reflex om dat toch maar niet te sterk te benadrukken omdat hij daar absoluut niet te koop mee wil lopen. Toch beseft hij dat zijn partij nood heeft aan een duidelijkere, minder omfloerste taal, die meer empathie losweekt en die meer op emoties weet in te spelen. “Ik ben me daar echt goed van bewust geworden toen ik lokaal het regeringsakkoord ging uitleggen. Zoals altijd gebeurde dat op basis van cijfers, waar niemand ook maar een rationeel argument tegen in kan brengen. Maar bij de vragenronde stak plots Leo Borremans, de auteur van onder andere het “World Book of Happinness” en een vroegere leraar van mij, van achteraan in de zaal zijn hand op om te melden dat hij mijn verhaal met belangstelling had gevolgd, maar dat het hem gewoon niet raakte. Hij zei letterlijk dat hij er niet warm of koud van werd. Op dat ogenblik ben ik gaan beseffen dat we nood hebben aan een andere taal, aan verhalen die voor echte verbondenheid kunnen zorgen. Daaruit is het “wij-verhaal” gegroeid dat we in de komende campagne willen brengen.” Wouter Beke voegt er meteen aan toe dat dit verhaal helemaal niet nieuw is, maar eigenlijk ingebakken zit in het DNA van zijn partij. “Wij zijn altijd de partij geweest van het middenveld, van de verzoening van tegengestelde standpunten. Net zoals ik zelf een man ben van de synthese, is ook onze partij dat. Alleen ontstaat daardoor vaak de maar al te graag door de media gevoede perceptie dat we onze huig altijd naar de wind hangen, of die schrik hebben om kleur te bekennen. En als je als partij de eerste minister levert, is dat iets makkelijker te brengen dan als je gewoon deel uitmaakt van de regering.”

Nochtans wil de Limburgse politicus te vuur en te zwaard bestrijden dat zijn partij naar “vijftig tinten grijs” neigt, om maar eens de titel van een populair boek te gebruiken.  “Zoeken naar de nuance en die proberen uit te leggen is veel moeilijker en moediger dan pertinent verkondigen dat iets zwart of wit is”, zegt hij daarover. “De vluchtelingencrisis aangrijpen om op populistische toon te verkondigen dat ons land “vol” is en dat vluchtelingen onze jobs komen inpikken of komen profiteren van onze sociale zekerheid, is echt wel bijzonder gemakkelijk en gewoon intellectueel oneerlijk. Daar keert mijn maag van om, want je moet toch niet doorgeleerd hebben om te zien dat vluchtelingen uit hun land vertrekken omdat ze de uitzichtloze situatie van de oorlogen in hun land achter zich willen laten.”

Een wereld van nuance

Wouter Beke benadrukt dat velen nogal gemakkelijk denken dat ze weten wat “de realiteit” is. Maar die is in zijn ogen te complex en te veelzijdig om altijd in een simpele boodschap te vatten. Hij wist er ook op dat de context waarin politici vandaag evolueren, absoluut niet meer te vergelijken is met die van twintig jaar geleden. “De wereld is een dorp geworden, mensen zijn veel mobieler, en we hebben een enorme secularisering gezien. Maar precies door al die ontwikkelingen is de noodzaak aan een genuanceerde boodschap groter dan ooit. Alleen leven we in een tijdperk waarin alles zo snel gaat, dat nog zelden de tijd wordt genomen om verder te kijken dan de waan van de dag. Het is nochtans mijn diepste overtuiging dat er een groot kiespubliek bestaat dat daar er ook zo over denkt. Onze uitdaging bestaat er nu in dat publiek te bereiken zonder belerend te zijn en zonder woorden als “compromis” te gebruiken. Want dan duwt mens ons weer in de hoek van de grijze muizen of de kazakkendraaiers. In mijn boek “Het Moedige Midden” heb ik nochtans aangegeven en met voorbeelden gestaafd hoe belangrijk het is om naar nuances te zoeken.” Wouter Beke begint in dat boek elk hoofdstuk met een persoonlijke anekdote. Maar hij geeft toe dat hij het moeilijker heeft om daarmee uit te pakken in speeches dan in geschreven communicatie. “Vanuit de aangeboren reflex om veel met feiten en cijfers te werken, is het kijken naar de emotionele kant van een verhaal te vaak op de achtergrond verzeild geraakt”, geeft hij toe, “en te weinig geïnstitutionaliseerd binnen de partij, al probeer ik daar bij nieuwjaarstoespraken wel de nodige aandacht aan te besteden.” Op onze opmerking dat hij misschien wat worstelt met het bespelen van emotionele snaren omdat hij allerminst een autoritaire leider lijkt, antwoordt hij verrassend snel dat hij “allesbehalve een “puppet on a string” is. “Leiding geven, betekent wel degelijk dat je de touwtjes in handen moet nemen, dat je knopen moet doorhakken. Anders heeft het geen zin. En dat doe ik zowel in Leopoldsburg als in Brussel. Maar wel niet eigengereid. Ik werk nu bijvoorbeeld aan een mogelijkheid om in mijn gemeente vluchtelingen op te vangen in leegstaande woningen van militairen, maar ik ga dat net als een einzelgänger beslissten. Ik wil daar eerst overleg over in het schepencollege.”  Leiderschap is per definitie verbindend, zal hij daar bij het slot van het gesprek over zeggen. “Ik blijf ervan overtuigd dat de leiders aan wie onze maatschappij nood heeft, mensen zijn die kunnen luisteren naar verschillende standpunten, die een synthese kunnen maken en die op basis daarvan een eendrachtig team achter zich kunnen scharen.”

Een warm nest

Precies de angst dat hij het evenwicht niet zal kunnen vinden tussen verschillende standpunten, houdt hem soms wakker, bekent hij. “Maar tegelijk is dat natuurlijk het boeiende van mijn job”, voegt hij er meteen aan toe. Daar zien we dus weer het dubbele in zijn antwoord terugkeren, de automatische reflex om alles van verschillende kanten te bekijken. Is dat er van thuis uit in geslepen?  “Ik denk dat opvoeding en het milieu waarin je opgroeit altijd een belangrijke rol speelt in hoe je later in het leven staat”, legt hij uit. “Mijn vader was huisarts. Toen mijn zus, mijn broer en ik in het middelbaar zaten, bestond de gsm nog niet, en dus hielpen wij automatisch in de praktijk met het aannemen van de telefoon, het opschrijven waar mijn vader kon bereikt worden, enzovoort. Zo kende ik eigenlijk iedereen in de gemeente en ik moet toegeven dat dit me later electoraal nog van pas is gekomen…. Een belangrijke mijlpaal in mijn leven was in ieder geval toen mijn ouders na het sluiten van een zorgcentrum voor gehandicapten in Leopoldsburg beslisten om zelf een dergelijk centrum te openen. Wij gingen daar ook altijd helpen en dat was een ongelooflijke eye-opener voor mij. Op mijn zeventiende is daardoor het besef gegroeid dat ik dankbaar moest zijn voor de talenten die ik heb meegekregen en dat het absoluut onaanvaardbaar zou zijn om daarmee te morsen. Tegelijk is doen automatisch het besef gegroeid dat ik eigenlijk moreel verplicht was om die dankbaarheid voor die talenten te vertalen in concrete acties om daar iets voor terug te doen. Ook een leraar Latijn en Nederlands uit de humaniora is voor mij, zoals ik al aangaf, ongelooflijk belangrijk geweest. Hij leerde ons kritisch nadenken, de zin voor nuance zoeken en luisteren naar andere standpunten. In de humaniora wordt je als mens gevormd en dat is in mijn geval echt heel letterlijk gebeurd. Lessen Latijn kan ik me niet meer herinneren, wel dat die leraar aan de hand van een klein tekstfragment op de actualiteit inging en ons intellectueel uitdaagde. De lessen van een dergelijke mentor zijn van onschatbare waarde. Door diezelfde leraar Latijn speelde ik ook mee in het schooltoneel. We brachten een voorstelling van “Komedie der ijdelheid” van Elias Canetti, een stuk over hoe een triumviraat de ijdelheid probeert te bannen, maar er zelf aan tenonder gaat. Het leerde me dat iedereen behoefte heeft aan een identiteit en aan zelfvertrouwen om in een team zijn of haar beste beentje te kunnen voorzetten.”

Ik en Wij

Maar Wouter Beke wordt niet alleen geïnspireerd door mensen en gebeurtenissen die in zijn verleden een belangrijke rol hebben gespeeld. “Ik kijk ook enorm op naar de man die in Leopoldsburg verantwoordelijk is voor het sociale economieproject “De Oogst”. Ik ken die al een kwarteeuw en nog altijd verdedigt hij met hetzelfde enthousiasme zijn mensen van wie er ook enkele bij ons op de gemeente werken. We moeten echt een voorbeeld durven nemen aan mensen die enthousiast blijven en ondanks de tegenslagen die het leven soms in petto heeft, de moed niet verliezen, niet vervallen in cynisme, en blijven werken aan een solidair gedragen maatschappij.” Het hele gesprek door is Wouter Beke heel authentiek zichzelf gebleven. Hij heeft eerlijk toegegeven dat hij niet de man is die spontaan de emotionele toer zal opgaan, maar hij krijgt zowaar glinsterende oogjes als hij verwijst naar voorbeelden die concreet staven dat de komende “waar een wij is, is een weg”-campagne van zijn partij niet zomaar “windowdressing” is. “Ik was op   GheelaMania, een uniek Geels totaalspektakel met meer dan vierhonderd acteurs en dansers dat de belangrijkste taferelen uit het roemrijke verleden van deze “barmhartige stede” leven brengt. De Geelse gezinsverpleging en de legende van patroonheilige Sint-Dimpna vormen een rode draad doorheen dit ongezien spektakel.  De voorstellingen van GheelaMania werden twintig keer opgevoerd, telkens voor 1.000 mensen, in een grote spektakeltent in het hartje van de stad. Het was een wervelende show vol verrassende effecten, muziek en dans. Echt hartverwarmend en een perfecte illustratie van wat een “wij”-aanpak teweeg kan brengen. We willen nu met de man die één en ander coördineerde iets gelijkaardigs organiseren in Leopoldsburg.  En op “Buitenbeenpop”, een muziekfestival voor mensen met een handicap, zag ik ook veel hartverwarmende solidariteit.

Het sterkt me in de overtuiging dat er een zeer brede onderstroom bestaat voor onze wij-boodschap, ook bij jongeren. Al zijn sommige van die jongeren te vaak aan hun lot overgelaten. In de klas van mijn zoontje van tien zit bijvoorbeeld een jongen wiens ouders gescheiden zijn en die eigenlijk vaak bij ons aan tafel kom aanschuiven omdat hij gewoon niet weet waar hij heen moet en omdat noch zijn vader, noch zijn moeder aan eten voor hem denken. Van zoiets breekt mijn hart. Het is onze verdomde plicht, om dergelijke toestanden met een meer wij-gerichte aanpak te vermijden. Ik ben ervan overtuigd dat die wij-boodschap ook bij een brede laag van de bevolking zal aanslaan, als we er maar in slagen de juiste snaren te betokkelen en niet naar buiten te komen met een belerend vingertje.”



OVER RAF STEVENS

Raf Stevens (46) heeft ruim twintig jaar ervaring in communicatie. Sinds twaalf jaar is hij zelfstandig actief in business storytelling. Raf ondersteunde al tal van bedrijven en organisaties in het vertalen van strategie- en verandertrajecten naar sterke verhalen. Hij begeleidt ook managers in het succesvol inzetten van hun persoonlijke verhaal. Raf is ook de host van de Story Club podcast, een interviewprogramma over storytelling, communicatie en leiderschap.

Maak kennis

Geef een reactie