Saskia Van Uffelen: “Op mijn grasmaaier kom ik tot rust”

Saskia Van Uffelen werkt na een opleiding als licentiate lichamelijke opvoeding al meer dan 25 jaar in de ICT-sector. Sinds april 2014 is ze CEO van Ericsson Belux. Daarvoor was ze ook CEO van Bull en had ze verschillende managementfuncties bij Compaq en HP. Ze combineert haar job als CEO met een sterke inzet voor internetveiligheid, de digitalisering van het onderwijs en voor meer focus op digitale vaardigheden. Vooral die laatste twee zijn nodig als onze bedrijven willen overleven en ook in de economie van morgen nog voor werkgelegenheid willen zorgen.

“Internet of Things is maar één van de snelle veranderingen die veel dichterbij is dan we denken” 
, zegt ze. “De snelle globalisering en digitalisering van de wereld, maar ook het feit dat voor het eerst in de geschiedenis mensen van vier verschillende generaties moeten samenwerken, zorgen ervoor dat de traditionele businessmodellen echt op de schop moeten.”




Na het verschijnen van zijn boeken ‘Sterke Verhalen, Sterke Leiders’ en ‘RAAK!’ deed Raf Stevens vele interviews met leiders. Alle verhalen staan op www.rafstevens.be en op de blog www.watisjouwverhaal.be.

Meer info

Saskia Van Uffelen staat erom bekend geen blad voor de mond te nemen en dat is tijdens ons gesprek niet anders. Onze indruk dat ze er op een merkwaardige manier in slaagt ratio met emotie te verbinden, bevestigt ze op een gegeven ogenblik met haar eigen woorden: “Ik stel al heel mijn leven niets anders dan vragen.

Ik probeer zo goed mogelijk te luisteren en verhalen te vertellen.
 Iedereen zegt wel dat de menselijke factor zo belangrijk is, maar ik stel vast dat dit nog te vaak bij woorden blijft waar geen of onvoldoende daden mee gepaard gaan.”

Hoe hoger de verdieping, hoe hoger de status ?

Na de financiële en economische crisis van 2008 en 2009 hebben veel bedrijven om de winst resultaten te behalen vooral in de kosten gesneden, maar anno 2015 is het hoog tijd om weer de focus op groei te leggen. En dat moet volgens Saskia Van Uffelen bij heel wat ondernemingen gepaard gaan met een serieuze “make over” van de organisatiecultuur. “Traditionele businessmodellen werken niet meer”, zegt ze daarover onomwonden. “

Heel wat organisaties hangen nog veel te veel vast in traditionele denkkaders.
 Het besef dat ze die moeten verlaten, begint wel al wat beter door te dringen, maar ik stel vast dat er op dat vlak toch nog behoorlijk wat werk aan de winkel is. Eén groot vernieuwingsproject impliceert niet automatisch dat een bedrijf ook als innovatiekampioen klaar is voor de toekomst.” Ook bij Ericsson Belux, waarvoor zowat 300 medewerkers aan de slag zijn, heerste een hiërarchische cultuur die sterk verankerd was in het denkkader van de organisatie. Saskia Van Uffelen stelde het tot haar verwondering vast. “Toen ik de eerste dagen door de gangen liep en iedereen begroette, keek men verrast op. Door de jaren heen is in veel grotere bedrijven een cultuur geslopen die vandaag echt niet meer werkt. Met vooral een middle management dat uitkijkt naar een grotere auto en naar een verhuis naar een kantoor op een hogere verdieping, met een deur die veelal dicht blijft en twee ramen die een mooi uitzicht bieden over de stad of over de omgeving. We kennen dat beeld natuurlijk van in talrijke films, maar het is veelzeggend dat het ook in diverse organisaties in stand wordt gehouden.
Als de verdieping waarop het kantoor zich bevindt allesbepalend is voor de status, dan zit het met de bedrijfscultuur helemaal verkeerd.
 Daar moeten we echt van af, want dat is een hinderlijk model. Slechts met een vlakkere en creatieve cultuur met korte communicatielijnen en waarin iedereen verantwoordelijkheid opneemt en met de ondernemersmentaliteit van “de baas” aan de slag gaat, zullen organisaties zichzelf in stand kunnen houden.” Het is een visie die Saskia Van Uffelen met veel andere leidinggevenden deelt. Grote multinationals beginnen het ook steeds beter te beseffen. Het is niet voor niets dat Peter Hinssen en Steven Van Belleghem, die met hun Silicon Valley Tours ondernemers proberen wakker te schudden, met Nexxworks een bedrijfje hebben opgericht dat de karakteristieke startupcultuur bij grote organisaties wil injecteren. Het geeft aan hoe groot de nood is aan die cultuuromslag, waarvoor, als een duidelijke visie is gedefinieerd, volgens Saskia Van Uffelen al snel drie jaar nodig is.  “Je kan het eerste jaar wat quick wins realiseren door kleine veranderingen door te voeren, waarna het tweede jaar de organisatie echt kan kantelen. In het derde jaar komt de cultuurverandering dan van onderuit en begin je de resultaten te zien die je had vooropgesteld.”

Alles digitaal

Precies door haar visie op veranderingsmanagement die ze de jongste jaren ook via diverse kanalen naar buiten bracht, is ze naar Ericsson gehaald. De top van het Zweedse bedrijf was zich immers wel bewust van de noodzaak aan een andere cultuur, maar was er niet dadelijk in geslaagd die visie in de praktijk te brengen. Met Saskia Van Uffelen heeft Ericsson daarvoor alvast de juiste vrouw binnengehaald. Want ze hamert niet alleen op de noodzaak aan een andere bedrijfscultuur maar ook op het belang van nog veel meer aandacht voor de digitale toekomst.

“Het is natuurlijk een enorme misvatting om te denken dat digitalisering enkel iets is van technologiebedrijven” 
, zegt ze. “De digitale transformatie raakt iedereen, net zo goed landbouwers als advocaten.” Dat verhaal heeft ze ondertussen zo vaak verteld dat ze drie jaar geleden ook door de overheid is aangesteld als Digital Champion. Dat gebeurde op aansturen van de toenmalige Europese Commissaris voor de Digitale Agenda Neelie Kroes. In die hoedanigheid breekt Saskia Van Uffelen een lans om vooral in het onderwijs de digitale vaardigheden nog veel meer te stimuleren. Daarvoor startte ze onder meer het project DigitalChampions op. “Het is toch onvoorstelbaar”, zegt ze, “dat veel scholen anno 2015 nog altijd van mening zijn dat ze kinderen gedurende zeven of acht uur per dag uit hun leefwereld mogen halen om hen terug te katapulteren naar de Middeleeuwen. Ook al zijn er goede voorbeelden, er zijn nog altijd te veel scholen die niet beseffen dat we onze toekomst echt hypothekeren als we in het onderwijs de digitale evolutie niet volgen. Dat sommige kinderen ook nu nog hun informaticalessen krijgen via papieren boeken is meer dan spijtig, net als het feit dat informatica vaak nog een apart vak is, terwijl het gewoon in elke les standaard aan bod zou moeten komen. In de vele onderwijsdebatten rond de verschillende leermogelijkheden, hoor ik trouwens nauwelijks iemand zeggen dat digitaal onderwijs de oplossing bij uitstek is om alle kinderen op hun eigen niveau en tempo te laten leren.” Saskia Van Uffelen formuleert over het algemeen haar antwoorden op een rustige manier, maar als ze het over de gebrekkige aandacht voor digitalisering in het onderwijs heeft, windt ze zich toch wat op. En dat is te begrijpen want op dit vlak loopt België inderdaad serieus achter op het buitenland. In 2013 al kregen 16 miljoen Turkse schoolkinderen in het kader van het Faith-project een laptop. En sinds vorig jaar is in Turkije een wet van kracht die bepaalt dat jaarlijks anderhalf miljoen tablets worden geschonken aan de kinderen die de overstap maken naar de middelbare school. Toch is Turkije geen pionier. In 2009 was Uruguay immers al het eerste land ter wereld met een draagbare computer voor elke leerling in het basisonderwijs. “
Ik vind het echt onverantwoord dat er in ons land nog altijd scholen zijn die de facto ontkennen dat we in een digitale wereld leven.
 Ik ben dan ook een vurig pleitbezorger van geïntegreerd ICT-onderwijs. Het gaat om veel meer dan om het uitdelen van een tablet aan elke leerling. De leerpakketten moeten digitale pakketten worden. Volledig geïntegreerd ICT-onderwijs zal ook helpen om kinderen te doen inzien dat informatici geen nerds zijn, en om meer meisjes te doen kiezen voor wetenschappelijke studies. Daar heeft de arbeidsmarkt grote nood aan. De ondernemers zitten te wachten op jongeren die in staat zijn om nieuwe technologieën flexibel te gebruiken, in allerlei toepassingen.”

Vier generaties

De grote inzet van Saskia Van Uffelen voor de digitalisering van het onderwijs heeft ook te maken met een ander stokpaardje van haar dat voor organisaties van levensgroot belang is: het feit dat voor het eerst vier verschillende generaties naast elkaar op de werkvloer staan, die eigenlijk allemaal vanuit een andere cultuur en met een andere mindset aan hun professionele carrière zijn begonnen. De generatie Z, die nu op de arbeidsmarkt is die van de digital natives, die onder meer door hun vertrouwdheid met technologie, maar natuurlijk ook als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen, heel anders tegen werken en tegen het leven in het algemeen aankijken dan de voorgaande X- en Y-generaties en zeker ook dan de babyboomers. Saskia Van Uffelen, die zelf moeder is van vijf kinderen, merkt het ook aan haar eigen kroost.  “Het is fascinerend om te zien hoe zij totaal anders in de wereld staan.

De keuze van een restaurant wordt niet bepaald door wat er op de menu staat maar … door het positieve antwoord op de vraag ‘Is er Wifi?’.
Over dat werken met verschillende generaties publiceerde ze in 2014 het boek “Iedereen Baas”, waarin ze aangeeft dat die generatieverschillen ook enorme kansen bieden. Als organisaties erin slagen die generaties efficiënt te doen samenwerken en hen de mogelijkheid bieden om van elkaar te leren, dan gaan nieuwe werelden open. De oudere generatie kan veel leren van de jongere op het vlak van vragen stellen, de jongere kan leren dat niet alles van de vroegere generaties met het badwater moet worden weggegooid. De sterke troeven van diversiteit op alle vlakken kunnen niet genoeg worden benadrukt.”

De leider is een spelverdeler

Volgens Saskia Van Uffelen impliceert de juiste aandacht voor diversiteit automatisch dat moderne leidinggevenden niet als een hiërarchische despoot regels kunnen uitvaardigen die voor iedereen gelden, maar dat ze vooral een rolmodel moeten zijn die als een spelverdeler een complementair team moeten aansturen. “Bij Ericsson hebben we medewerkers van een vijftiental verschillende nationaliteiten”, zegt ze daarover. “De kracht daarvan kan je maar ten volle benutten als je met hun verschillende culturen rekening houdt. Voor mensen met een andere nationaliteit begrijpen we dat, maar we moeten veel meer inzien dat iedereen als het ware een eigen cultuur heeft. Het is voor een leidinggevende bijzonder belangrijk om te kijken hoe je het beste in hen naar boven kan halen, door veel vrijheid te geven maar door tegelijk ook het belang van de organisatie niet uit het oog te verliezen.

Medewerkers met kleine kinderen moeten mij bijvoorbeeld niet vragen om de woensdagnamiddag thuis te werken
, want ik weet heel goed dat er dan van werken niet veel in huis zal komen. Dat betekent echter allerminst dat ik niet zou beseffen dat je niet te veel mag vragen van medewerkers. Je kan hen niet vragen om meer te geven dan ze kunnen. Iedereen moet af en toe even kunnen bekomen.” Bij het uitspreken van die woorden wordt ze even stil. Enkele jaren geleden publiceerde ze naar aanleiding van het overlijden van één van haar medewerkers als gevolg van een hartfalen een heel openhartige column waarin ze werkgevers aanmaande om tijdig in te grijpen als ze zagen dat het bobijntje van hun medewerkers op dreigde te geraken. “Natuurlijk heeft me dat enorm geraakt”, zegt ze daarover. “Vandaar dat ik toen de reflex had om die open brief te schrijven. Leidinggevenden hebben vanzelfsprekend de verantwoordelijkheid om met hun bedrijf winst en groei na te streven, maar het menselijke aspect mogen we nooit ofte nimmer uit het oog verliezen. Cijfers en resultaten alleen kunnen niet het hoofddoel zijn. Ik heb me ooit kwaad gemaakt op iemand die pas na een presentatie vertelde dat hij het er niet zo goed vanaf had gebracht omdat hij op dat ogenblik dacht aan de operatie die één van zijn kinderen moest ondergaan. Die had natuurlijk nooit die presentatie belangrijker mogen vinden dan de operatie van zijn kind.  Als je leest dat een organisatie  wordt geconfronteerd met diverse zelfmoorden van medewerkers, dan is er echt wel iets heel ernstigs aan de hand. Ik probeer in ieder geval zo goed mogelijk op ieders persoonlijke verwachtingen in te spelen vanuit het besef dat het menselijk lichaam maar één batterij heeft waarvoor geen lader bestaat.”

Mindfulness op de grasmaaier

De bevlogenheid waarmee Saskia Van Uffelen haar verhalen vertelt leidt onvermijdelijk tot de haar ongetwijfeld al heel vaak gestelde vraag hoe ze zelf al haar verantwoordelijkheden en inzet voor de digitale samenleving kan combineren met een rol als moeder van vijf. “Goed organiseren en prioriteiten stellen. Meer is het niet. En bovendien versterkt het ene het andere. Tegelijk met meerdere projecten bezig zijn, kan misschien tijdrovend lijken, maar mijn ervaring is dat het in feite ook tijdbesparend is omdat er een enorme kruisbestuiving ontstaat, waardoor je bepaalde zaken veel sneller kan leren.

In mijn gezin kom ik in feite tot rust. En ik heb geen dure mindfulnessprogramma’s nodig 
, want als ik in mijn grote tuin op de grasmaaier zit dan is dat voor mij evenveel waard.”  De enorme drive waarvan ze getuigt is naar eigen zeggen deel van haar persoonlijkheid. “Al spelen de omstandigheden van je kindertijd en je opvoeding natuurlijk ook een grote rol. Ik ben opgegroeid in een gezin met zes kinderen, want ik heb vijf broers. Dan leer je eigenlijk automatisch je mannetje staan. Maar de waarden die we van mijn ouders hebben meegekregen, zijn bij mij ook diep verankerd.  
Aan nederigheid en jezelf niet al te zeer au sérieux nemen hecht ik veel belang.
”  Niet over je heen laten lopen maar toch nederig blijven, het zijn kwaliteiten die Saskia Van Uffelen ook heeft teruggezien bij twee vrouwen voor wie ze haar bewondering niet onder stoelen of banken steekt. “Carly Fiorina van Hewlett Packard leerde me dat angst een slechte raadgever is en bij een toespraak van Neelie Kroes over wat je kan bereiken als je maar in jezelf gelooft kreeg ik kippenvel op de armen.” Saskia Van Uffelen vertelt het allemaal met veel flair en een gezonde no-nonsense uitstraling. “Alles in het leven is bijzonder relatief, maar we kunnen niet anders dan er het beste van maken. We mogen niet vergeten ook oog te hebben voor de goede kanten van het leven en daarvan te genieten.”



OVER RAF STEVENS

Raf Stevens (46) heeft ruim twintig jaar ervaring in communicatie. Sinds twaalf jaar is hij zelfstandig actief in business storytelling. Raf ondersteunde al tal van bedrijven en organisaties in het vertalen van strategie- en verandertrajecten naar sterke verhalen. Hij begeleidt ook managers in het succesvol inzetten van hun persoonlijke verhaal. Raf is ook de host van de Story Club podcast, een interviewprogramma over storytelling, communicatie en leiderschap.

Maak kennis

Geef een reactie